Korte spelregels

De belangrijkste (spel-)regels van kofbal zijn:

  1. Er mag niet worden gelopen of gedribbeld met de bal in de handen.
  2. Je mag elkaar niet aanraken, oftewel geen lichamelijk contact.
  3. De bal mag niet uit de handen worden getikt of gepakt.
  4. Er mag maar 1 tegenstander tegelijk voor de balbezitter staan. Hij mag het samenspelen moeilijk maken, maar niet zo dichtbij gaan staan dat de balbezitter niets meer kan.
  5. Er mag niet op de bal gedoken worden.
  6. Er mag niet geschoten worden als de balbezitter verdedigd wordt. Verdedigd wil zeggen: één tegenstander staat tussen de aanvaller en de korf in, hij staat zo dichtbij (rechtop staand) dat hij de aanvaller kan aanraken en hij heeft 1 of 2 handen omhoog.
  7. Je mag niet buiten de lijnen of op de lijn staan.
  8. Jongens spelen tegen jongens en meisjes tegen meisjes. Een jongen mag geen meisje verdedigen en andersom.
  9. Als iemand schiet (een doelpoging doet) en de verdediger loopt hem omver of slaat hem op de handen (als de verdediger niet tussen de korf en aanvaller staat), dan krijgt de aanvaller een strafworp. Een strafworp is een vrije doelpoging van 2,5 meter afstand. Ook als een jongen een meisje verdedigt of andersom, dan wordt er een strafworp gegeven.
  10. Sportiviteit en respect zijn belangrijke waarden binnen de korfbalsport.